Het visioen van Constantijn

Sinds het eind van de vierde eeuw n.Chr. is in Europa het christendom de dominante religie. Wereldwijd noemt op dit moment maar liefst 32% van de wereldbevolking zich christen. Bij aanvang van de vierde eeuw n.Chr.  hadden heidense religies daarentegen nog volledig de overhand. De omslag wordt in de geschiedschrijving verklaard met het visioen van de Romeinse keizer Constantijn. Dit boek biedt een reconstructie van de religieuze ontwikkeling van de van 306 tot 337 na Christus regerende heerser.

Voorafgaand aan de Slag bij de Milvische brug had Constantijn een visioen. In het jaar 310 vierde Constantijn zijn vijfjarig keizerschap (quinquennalia) en werd geprezen door diverse sprekers, waarbij ook dit visioen werd uitgelegd. Volgens deze lofrede beloofde de god Apollo aan Constantijn nog dertig levensjaren, koningschap over de gehele wereld, heilbrengende gaven en stralende schoonheid. Deze heidense uitleg werd, tijdens een lofrede bij de viering van het dertigjarig keizerschap (tricennalia) in het jaar 335 echter verklaard als boodschap van de christelijke God, met alle bijbehorende symboliek. De door Constantijn begunstigde bisschop Eusebios hield deze laatste rede. Beide toespraken waren bedoeld om de keizer te vleien en verheerlijken, wat een verandering in het religieuze denken bij de keizer betekent. Hoe kan het dat de eerdere keizer Decius in 250 zijn volk een eed van trouw aan het Romeinse rijk, inclusief haar heidense religie, liet zweren, terwijl keizer Constantijn rond 326 zijn volk aanspoorde zich te bekeren tot het christendom?

Jona Lendering en Vincent Hunink, de auteurs van dit boek, bieden aan de hand van geschreven en archeologische bronnen een interessante beschouwing voor deze indrukwekkende verandering in het religieuze denken. De bronnenvergelijking en daaruit voortkomende discussie is erg uitvoerig en plausibel. Voortdurend wordt gewaarschuwd voor verschillende interpretatiemogelijkheden van de geboden stof (“een historische reconstructie is dan en slechts dan correct als de bronnen representatief zijn voor wat er is gebeurd”). Desondanks vormt zich in het verhaal een betrouwbare grote lijn, waarbij eventuele twijfels slechts marginaal blijken. Knap gedaan! Zo wordt het aannemelijk gemaakt dat Constantijn oorspronkelijk alle partijen te vriend wilde houden en bewust koos voor vaagheid. Daarbij waren bij zijn wending richting het christendom voor hem Apollo, Christus en de zon hetzelfde.

Om het leven van Constantijn beter te kunnen begrijpen, beschrijven de auteurs globaal de staatkundige en religieuze achtergrond van het Romeinse rijk en haar opponenten in de derde en begin vierde eeuw. Gedurende het boek bleek dit voor mij niet voldoende en rezen tal van vragen, zoals: Hoe ontwikkelde de nog ondergeschikte christelijke religie zich tussen de eerste en derde eeuw? Als al in het jaar 314 overal uit het Romeinse rijk bisschoppen kwamen naar de door Constantijn gewenste synode, hoe goed was de kerk toen al georganiseerd? Wat beweegt mensen in algemeenheid om, en masse, een nieuwe religie aan te hangen? De auteurs laten het aan de lezer zelf over om meer informatie te vergaren aan de hand van een uitgebreide bibliografie in het hoofdstuk ‘verder lezen’.

Tot slot is het verhaal erg prettig geschreven en nodigt het voortdurend uit om door te lezen. De vele afbeeldingen van standbeelden en archeologische vondsten maken het boek ook visueel de moeite waard. Enkel het kaartmateriaal laat te wensen over: de aanwezige kaarten worden niet uitgelegd en zijn minder relevant dan bijvoorbeeld een overzichtskaart van belangrijke plekken in Constantijns leven. Concluderend is het visioen van Constantijn een uitgebreid en goed onderbouwd essay dat uitnodigt om dieper in de geschiedenis te duiken van het ontluikende christendom.

Auteur: Mart Kwakkel

 

 

 

Meer lezen:

 

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *