Romeins Wijchen, sporen van een Romeinse villa

Dit jaar heeft Wijchen een speciale tentoonstelling in het Museum Wijchen. ‘Wachters in het Noorden, Romeinen in Wijchen’ is te zien van 28 april t/m 28 oktober. Van juli 1999 tot maart 2000 hebben medewerkers van Bureau Archeologie van Gemeente Nijmegen en amateurarcheologen van de AWN een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het WIjchense Kloosterakker. Tijdens de opgravingen zijn veel overblijfselen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling gevonden, die ons een mooie inkijk hebben gegeven in de Romeinse geschiedenis van Wijchen.

Geschiedenis

Omstreeks 19 v.Chr. vestigden zich de eerste Romeinen in regio Nijmegen, rondom de Hunerberg. In de loop van de eerste eeuw n.Chr. ontwikkelde deze nederzetting, die eerst de naam Oppidum Batavorum had, zich tot het stedelijk centrum van de civitas Batavorum. Keizer Trajanus gaf de nederzetting in 104 n.Chr. stadsrechten en de naam Ulpia Noviomagus Batavorum. De stad fungeerde als hoofdstad van het Bataafse gebied, en trok zodoende veel gemeenschappen aan die zich in de omgeving van het huidige Nijmegen vestigden. Wijchen was één van die gebieden, waar veelal rijke lieden woonden die de Romeinse cultuur hadden geassimileerd. Een bekend Romeins ‘exportproduct’ was de villa,  en één van de villae verrees eind 2e eeuw n.Chr. op de oever van het Wijchens Meer, op de plek van het klooster de Tienakker.

Villa Wijchen

De villa was een statig en monumentaal gebouw waar de eigenaar en zijn familie verbleven. Tevens waren er bijgebouwen als een badhuis, schuren, opslagplaatsen, een werkplaats en een onderkomen voor de landarbeiders. De eigenaar van de villa bracht de agrarische opbrengsten van het land naar Ulpia Noviomagus voor de afzet. Met name het leger en de inwoners van de stad waren de afnemers. De villa kende tot de crisis van de late 2e eeuw een welvarende tijd. De vondsten die uit die tijd dateren waren zeer kostbaar, een aantal is zelfs uniek voor Nederland.
De architectuur van de villa stak af van andere Romeinse gebouwen. De gebouwen van de villa lagen als een lint langs de noordelijke oever van het Wijchens Meer en waren niet in de gebruikelijke carrévorm gebouwd. Van het hoofdgebouw zijn geen restanten gevonden, waarschijnlijk liggen deze onder het klooster. Wel is er een vijfhoekige waterput van tufsteen gevonden. Ook zijn er voor Nederland unieke bronzen kranen gevonden waaruit opgemaakt kan worden dat er een waterleiding in de richting van het hoofdgebouw lag. Ook denken de archeologen dat er een badhuis heeft gestaan.
Op het achterterrein van de villa zijn in een kuil twee religieuze beeldje gevonden, waaronder een fraai brons beeldje dat Minvera voorstelt. Vermoed wordt dat het beeldje vanwege zijn afmetingen op een altaar in het lavarium heeft gestaan. Er is ook een deel van een cirkel van paalkuilen aangetroffen, die een grafheuvel met een diameter van maar liefst 46,50 meter hebben omgeven. Vermoedelijk is in het centrum van de heuvel de stichter van de villa of één van zijn familieleden begraven. Of de eigenaren Romeins of rijke Bataven waren die de Romeinse cultuur hadden omarmd, is niet te achterhalen.

Crisisjaren

Tijdens de crisis van de late 2e eeuw n.Chr. ging Ulpia Noviomagus in vlammen op. Nederzettingen in de omgeving werden verlaten vanwege de moeilijke tijden, die werden veroorzaakt door aanvallen vanuit het westen van de Chauci in 172-174 en de Gallische boerenopstand van 185-186 n.Chr. Ook de villa heeft waarschijnlijk even leeggestaan. Een gevonden muntschat met daarbij een munt van 171-172 n.Chr laat de gemoedstoestand en het dreigende gevaar van die tijd zien. De muntschat lag goed verborgen, waarschijnlijk heeft de eigenaar het niet meer kunnen ophalen.
Een aantal inwoners van de villa heeft deze woelige tijd overleefd en pakte de draad in de 3e eeuw n.Chr. weer op. Vondsten laten goed zien dat de grandeur van daarvoor wel verloren was gegaan, een logisch gevolg van de politieke instabiliteit van het imperium van die tijd. De kwaliteit en waarde van de producten was duidelijk achteruit gegaan. Er zijn weinig luxeproducten uit deze tijd gevonden.
De villa kende de eeuwen daarna ook veel perikelen waardoor het niet continu bewoond en gebruikt werd.
Vanaf 300 was het wel weer actief in gebruik genomen. Van die tijd dateert ook de spieker (graanopslagplaats) die teruggevonden is. Voor de beveiliging, na de roerige tijden die de villa had gekend, werd er een wachttoren gebouwd en een gracht om de villa aangelegd. Handgevormd aardewerk wat in die oude gracht is teruggevonden toont aan dat de nieuwe gebruikers van de villa aan de overzijde van de Rijn afkomstig waren. Deze Franken werden door de Romeinen ingezet om de in de voorgaande decennia gedecimeerde bevolking weer enigszins op peil te brengen. Niet alleen moesten zij zorgen voor herstel van de agrarische productie, maar ook ondersteunden zij de Romeinse troepen bij de verdediging van de Rijngrens.

Boerderijen

Aan de noordkant van het opgravingterrein zijn twee onvolledig bewaard gebleven boerderijplattegronden ontdekt. Het aardewerk wat bij deze boerderij is gevonden, is kenmerkend voor de laat-Romeinse periode. De jongste munt die bij deze boerderij is gevonden, is in de jaren 408-411 onder keizer Constantinus III in Trier geslagen. De structuur van de boerderij toont aan dat er in de laat-Romeinse periode veel Frankische invloeden waren. De bouw steekt af van andere Romeinse gebouwen en het gevonden aardewerk uit deze periode is een mix van de twee culturen. In totaal hebben archeologen 126 munten, 23 bronzen plaatsjes en vijf bronzen muntstaafjes gevonden. De bewoners van de boerderij produceerden zelf munten, verschillende stadia van muntproductie zijn in het vondstenspectrum vertegenwoordigd. Ook zijn er verschillende gebarsten munten gevonden, de zogenoemde misbaksels. We mogen aannemen dat de muntproductie op de Tienakker ongeveer tussen 400-450 n.Chr. heeft plaatsgevonden.
Bij de boerderijen zijn ook drie opmerkelijke clusters van kuilen met verbrand materiaal gevonden. De kuilen bevatten grote hoeveelheden houtskool en de wanden van de kuilen zijn aangetast door de werking van de hitte. Het is aannemelijk dat deze kuilen gebruikt zijn als haardplaats voor het bereiden van voedsel.

In de vijfde eeuw n.Chr. trokken de Romeinen zich steeds meer terug. Overige vondsten zijn dan ook niet meer van de Romeinse tijd, maar van de eeuwen daarna. Niettemin heeft de Romeinse tijd een duidelijke stempel op de geschiedenis van Wijchen gedrukt. Inmiddels is er een nieuwe woonwijk verrezen op de plek waar de villa heeft gestaan, maar overal in Wijchen wordt herinnerd aan de rijke Romeinse geschiedenis die het dorp heeft. Zo ook deze tentoonstelling, die zeer mooi is weergegeven. Een echte aanrader.
 

Auteur: Nicole Janssen

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 5.0/10 (1 vote cast)
Romeins Wijchen, sporen van een Romeinse villa, 5.0 out of 10 based on 1 rating

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *