«

»

Limburgse Archeologie Dag 2015

Voor archeologen is de Limburgse Archeologie Dag een goed moment om een beeld te krijgen van de stand van het onderzoek in de provincie. Niet alleen heeft Limburg een rijk Romeins verleden, ook de prehistorie, middeleeuwen en nieuwe tijd komen ruim aan bod tijdens het symposium. Dit jaar op 11 april kwam een gevarieerd gezelschap met een gedeelde liefde voor de archeologie samen in het Limburgs Museum.

Programma Limburgse Archeologie Dag

Het programma van de Limburgse Archeologie Dag bestond uit twee delen. De ochtend stond in het teken van syntheses van de stand van het archeologisch onderzoek per tijdvak. ’s Middags was het woord aan vier archeologen die spraakmakende projecten presenteerden. Tussendoor werd er gequizd en kreeg een verdienstelijk archeoloog de Guillonpenning uitgereikt. En waar archeologen zijn wordt gedronken, dus ook een afsluitende borrel.

De Limburgse Archeologie Dag: Zeven vette jaren?

Zeven vette jaren? Archeologisch onderzoek in de provincie Limburg 2006-2013 was de titel van het ochtendprogramma. Bart Moonen, beleidsmedewerker van de provincie Limburg opende de dag. Vanuit de provincie werd gevraagd om de balans op te maken van het archeologisch onderzoek in Limburg. De laatste keer dat er een synthese werd geschreven was 2006, de hoogste tijd om dit te actualiseren. Per tijdvak werd het werkveld gevraagd om de voortgang van het onderzoek in kaart te brengen. Naast een sturende werking zou de synthese ook kunnen helpen bij de zoektocht naar draagvlak vanuit de archeologie.

Draagvlak bleek een van de kernwoorden van de middag. De archeologie lijkt steeds minder aandacht te krijgen vanuit de samenleving. Daardoor verdwijnt het ook langzaam van de politieke agenda. Al langer is er discussie over herdefiniëring van het vakgebied. Hierover zal Archeologie Nederland binnenkort berichten.

Limburgse Archeologie Dag 2015Op de website van het Steunpunt Archeologie en Monumentenzorg Limburg (SAM Limburg) is een uitgebreid verslag te lezen van de synthese. Leo Verhart besprak de vroege prehistorie, Lucas Meurkens de late prehistorie, Gerard Tichelman de Romeinse tijd en Jacob Schotten de middeleeuwen. De details van de syntheses zullen binnenkort verschijnen op de website van het SAM. De eerder uitgevoerde Limburgse Archeologie Balans is hier te belezen.

Een aantal speerpunten uit de synthese op de Limburgse Archeologie Dag. Leo Verhart pleitte onder andere met recht voor een meer spraakmakende archeologie om het vak meer onder de aandacht te brengen. Alle sprekers waren het erover eens dat er gekeken moest worden naar het spanningsveld tussen het drukken van de kosten en de kwaliteit van het archeologisch onderzoek. Als laatste moest met enige teleurstelling worden vastgesteld dat er maar weinig nieuwe opgravingen zijn begonnen. Aan de andere kant is er een grote achterstand in de uitwerking van oud onderzoek waar nog genoeg kennis te vergaren en verbreiden is.

De Limburgse Archeologie Dag: Guillonpenning

Na de ochtend was het tijd voor de uitreiking van de Guillonpenning, een tweejaarlijkse onderscheiding voor een instelling of persoon die een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan de Limburgse archeologie. Dit jaar werd de penning gegeven aan de amateurarcheoloog Henk Plettenberg. In dit nieuwsbericht is meer te lezen over zijn belangrijke bijdrage aan het vakgebied.

De Limburgse Archeologie Dag: Archeologen in actie

Nieuw onderzoek in de Heerlense Thermenmuseum

Het middagprogramma stond in het teken van een viertal lezingen over bijzondere projecten in Limburg. Karen Jeneson, conservator van het Thermenmuseum in Heerlen, opende de middag met haar presentatie over het nieuwe onderzoek naar het complex. Recent heeft het museum een grote subsidie ontvangen van de gemeente en provincie om te besteden aan het dit unieke monument. Op de planning staat de restauratie en conservatie van de thermen en er is ruimte voor nieuw onderzoek, zoals te lezen is in dit nieuwsbericht.

Opgraving thermen HeerlenJeneson begon haar presentatie met het nogal aparte onderzoeksverleden van het badhuis. In de jaren 40 tijdens de oorlog werden de resten voor het eerst ontdekt, goed bewaard onder een metersdik pakket van löss. Onder leiding van het Rijksmuseum van Oudheden begon men met de opgraving. De jonge werklui werden betaald voor de mooiste vondsten en zo zijn grote aantallen unieke vondsten verdwenen naar Leiden. De gemeente Heerlen greep in, verbood de export en begon een eigen collectie. Als laatste heeft de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek een archief vol fotomateriaal en documenten aangelegd in Groningen. Dit is dus de situatie: documentatie en materiaal verspreid over drie locaties en een recente publicatie uit 1948.

Het badhuis in Coriovallum heeft een groot onderzoekspotentioneel waar Jeneson graag haar tanden in wil zetten. En dankzij de steun van de gemeente en provincie is dit mogelijk. Aan de hand van een paar eenvoudige voorbeelden liet Jeneson zien wat er in de afgelopen periode al is bereikt door de projectgroep. Allereerst is in Leiden is veel Augusteïsch materiaal gevonden waaruit blijkt dat het monument een stuk ouder is dan gedacht. Ten tweede is de plattegrond uit 1948 getekend door Van Giffen herzien en heeft het complex een symmetrische vorm gehad. En als laatste blijkt onder andere dankzij de vondst van een vroege Romeinse weg dat het badhuis mogelijk georiënteerd was op de routes naar Germanië en dus in verband kan worden gebracht met de Germaanse oorlogen. Op de website HeerlenVertelt staat in dit artikel meer informatie over de vondst van de weg.

Baggerwerkzaamheden en archeologie; een geluid van de werkvloer

In 2008 werd het startsein gegeven voor het Grensmaasproject. Hierin wordt meer ruimte gegeven aan de rivier om het Maasland te behoeden voor overstromingen. Een van de manieren is het wegzuigen van grind op verschillende locaties zodat er meer plaats is voor het water. Geschat wordt dat er 53 miljoen ton grind wordt gewonnen. Vaak gaat het om oude rivierbeddingen die een rijk verleden hebben gekend. In dit megaproject heeft de archeoloog Jan Roymans de taak om een oogje in het zeil te houden wat betreft de archeologie. Een schijnbaar onmogelijke taak.

Roymans liet in zijn presentatie gelijk blijken dat het om archeologie van een andere orde gaat bij deze grootse werken. Intensieve begeleiding is onmogelijk en het komt grotendeels aan op de contacten die je als archeoloog onderhoudt met de werklui. Roymans pleit voor een meer flexibele instelling bij dit soort projecten. Er moet bijvoorbeeld ruimte zijn in het Plan van eisen om opgravingsstrategieën te kunnen aanpassen.

Het meeste resultaat boekte Roymans met een elektromagneet die bij de grindverwerking al het ijzer eruit vist. Op basis van de vondsten heeft hij een aantal interessante conclusies kunnen trekken. Opvallend was de vondst van vele metalen haken die werden gebruikt bij het hoeden van schapen. Ze werden verspreid gevonden over een lang traject langs de rivier. Dit kan wijzen op een transhumane route, zeker is dat er schapen werden gehoed naast de rivier. Een andere interessante vondst was een scheepslading onbewerkte molenstenen afkomstig uit de Eiffel, zie dit artikel.

Een bijkomend probleem bij dit grootschalige project is de hoeveelheid objecten die vragen om conservatie. Roymans hoopt dat dit mogelijk wordt gemaakt, zodat ook het publiek het bedrijvige verleden van de Grensmaas kan bewonderen. Op de website van het Consortium Grensmaas wordt in de nieuwsbrief regelmatig bericht over archeologische ontdekkingen.

De publieksontsluiting van de middenpaleolithische site Veldwezelt-Hezerwater

Archeoloog Mark Willems presenteerde een bijzonder project vlak over de Belgische grens bij Maastricht. In de vallei van de rivier de Hezerwater zijn daar namelijk bij een leemgroeve verschillende Neanderthalerkampen gevonden. De midden-paleolithische site Veldwezelt-Hezerwater is recent ontsloten voor publiek waarbij op een inventieve manier het steentijderfgoed is vertaald voor de bezoekers.

In verband met vandalisme is het terrein afgesloten. Site Veldwezelt-HezerwaterOp afspraak kan het terrein worden bezocht onder begeleiding van een gids vanuit de universiteit van Tongeren. De metalen poort verbeeldt de tijdsdiepte door de afstand tussen het heden en periode waarin de site werd bewoond te verbeelden. Na de poort te hebben betreden volgt een pad waarlangs een tijdlijn loopt. Ieder tijdsvak is vertaald in meters waardoor bezoekers een besef krijgen van de chronologische afstand tot de neanderthaler. Op de tegenoverliggende wand staat dan weer de flora en fauna verbeeld uit de verschillende perioden. Van de daadwerkelijke Neaderthalerbewoning zijn sporen zichtbaar in de profielen. In de vloer zijn de vondsten van stenen gereedschappen in situ aangegeven. Met evocatietekeningen visualiseert men de leefomgeving en kampen van de oermensen. De aanlag van het park is vastgelegd in deze fotocollectie.

De motte van Breust

Als laatste was de Belgische archeologe Hilde Vanneste aan het woord over de opgraving van de motte van Breust. Deze middeleeuwse versterking dateert uit de 11e of 12e eeuw. De kasteelheuvel had een doorsnee van ongeveer twintig meter en was omgeven met een gracht. Opvallend was dat de motte nauwelijks was verstoord door de bebouwing, de heipalen waren gelukkig niet diep genoeg geslagen. Bij het kasteel was ook een natuurlijke bron aanwezig die nu is hersteld.

Het uitlepelen van de gracht bracht nauwelijks nieuwe vondsten. Wel werd de fundering van de kelder van de motte in prima staat gevonden, de mergelblokken waren redelijk intact. Ook het pollenonderzoek bracht nieuwe kennis, blijkbaar werd er in de omgeving volop geboerd op de akkers en in moestuinen. Een laatste bevinding kwam met de vondst van een gietmal voor een schijffibula. Deze gaf de aanleiding tot het idee dat er ook wel eens sprake kan zijn van bewoning in de 10e eeuw. Een kort artikel met afbeeldingen van de opgraving staan op de website van het SAM Limburg.

Tijdens de borrel werd nog druk nagepraat over de archeologie. Oud-collega’s vonden elkaar, nieuwe relaties werden opgedaan, onderzoeken gingen over tafel, net als het speciaalbier. De conclusie van de Limburgse Archeologie Dag is dat we momenteel in een onzeker vakgebied zitten. Aan alle kanten trekken economische en politieke krachten aan de discipline waardoor het onderzoek in het gedrang komt. Positief zijn dan weer de succesvolle projecten zoals de Thermen in Heerlen en de site Veldwezelt-Hezerwater. Hopelijk weten dit soort projecten bij te dragen aan meer steun, aandacht en draagvlak voor de archeologie in Nederland.

Auteur:

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 9.0/10 (6 votes cast)
Limburgse Archeologie Dag 2015, 9.0 out of 10 based on 6 ratings

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *