Digitale Archeologie in de 21 eeuw

Op donderdag 7 juni 2018 vond in het Rijksmuseum voor Oudheden het symposium Archeologie van de toekomst plaats. Archeologen in en buiten musea werken nauw samen met experts op het gebied van computerwetenschappen en technische ontwikkelingen, zoals industrieel ontwerpen. Deze kennis wordt gebruikt om het verleden voor een algemeen publiek te ontsluiten. Zo kunnen diverse artefacten gereconstrueerd of nader onderzocht worden.


Tuinvazen in Delfts blauw

“Liefde voor Delfts blauw op het Loo. Koning-stadhouder Willem III en zijn echtgenote Koningin Mary hadden een grote voorliefde voor tuinen en het verzamelen van bijzondere en exotische planten en bloemen, zoals die in de 17e eeuw in de mode was aan vele Europese vorstenhoven.” 

Op Het paleis het Loo werden bij opgravingen in de jaren zeventig van de vorige eeuw scherven teruggevonden. Er waren elders in Europa nog drie vazen terug te vinden en die werden als voorbeeld gebruikt voor de reconstructie.  Maaike Roozenburg vertelde in haar presentatie hoe ze in samenwerking metTU delft en de aardewerkfabriek Koninklijke Tichelaar 45 replica’s maakten van deze tuinvazen. Door een proces van 3D scanning kan men complexe vormen reconstrueren.  Maaike werkt op het snijvlak van design, kunsthistorie en visuele communicatie.

Een ander project werd opgezet vanuit de filosofie om andere datasets te kunnen combineren met objecten.  In samenwerking met museum Boymans van Beuningen werd een theekopje uit Deshima, Japan als “slimme replica”nagemaakt. Dit kopje, maakte onderdeel uit van een bestelling door de burgemeester van Amsterdam als huwelijksgeschenk. Door de inzet van een smartphone of tablet kan de geschiedenis van het object, de oorsprong en het gebruik zichtbaar worden gemaakt.  De bezoeker kan Japanse muziek beluisteren, meer leren over een theeceremonie en over het productieproces.

Tell Sabi Ayad

Victor Klinkenberg heeft zijn promotieonderzoek gedaan naar de Tell Sabi Ayad.  Deze plek ligt in de het Raqqa gebied in het noorden van Syrië en is niet toegankelijk voor onderzoek. Zonder in Syrië te zijn geweest heeft hij het resultaat van 10 seizoenen veldwerk omgezet in een analyse. Zijn onderzoek richtte zich vooral op de late Bronstijd (ca 1300 en 1200 v.C.). Het betreft hier de midden- Assyrische periode.  De vondsten bestonden uit aardewerk, menselijke skeletresten en kleitabletten. Vooral deze laatste categorie leverde de nodige vragen op.  De helft van de tabletten werden in het kantoor van Tammite opgegraven. Victor past computerapplicaties toe om ruimtelijke analyses te kunnen verrichten. Het leek erop dat deze tabletten daar waren neergegooid in plaats van gearchiveerd. In de computeranimaties was dit duidelijk te zien. Deze techniek noemen we 3D based- Geografische Informatiesystemen. Belangrijke innovatie op dit gebied is dat hiermee het vondstmateriaal en de analoge verslaglegging gedigitaliseerd werd.  Hiermee wordt de toegankelijkheid vergroot, voorkom je versplintering van het materiaal en verhoog je de informatiewaarde van het archief.


Heritage under threat

Olivier Nieuwenhuijse vertelde over de vernietiging van het museum in Raqqa en de plundering van de centrale bank. In de centrale bank zouden zo’n 500 objecten liggen, vooral munten en voorwerpen van goud of zilver.  Het totale museum zou zo’n 6000 objecten hebben gehad. De registratie van deze objecten geschiedde op analoge wijze, in een inventaris boek. Zodra dit boek verloren gaat, is alle kennis verdwenen.  Om een kans te maken de voorwerpen ooit via Interpol te traceren en terug te claimen is bewijsmateriaal nodig: foto’s van de objecten en duidelijke beschrijvingen. In veel gevallen is dit niet aanwezig. Ook zijn objecten vernietigd gedurende de burgeroorlog.


Plastic Mallen

Voor de oorlog waren er afgietsels gemaakt met het oogmerk ze te gebruiken voor tentoonstellingen en gespecialiseerde analyses te kunnen verrichten. Het waren vooral kleitabletten, prehistorische scherven, kralen met een fallusvorm die al in het veld vervaardigd waren.  Deze collectie in het RMO wordt nu gebruikt omzo natuurgetrouw mogelijke replica’s te vervaardigen door het gebruik van 3D scanning technieken.[i]

Lichtkoepel of digitale scanner

De Universiteit van Leuven heeft een draagbare lichtkoepel ontworpen, waarmee de voorwerpen gescand kunnen worden.  Deze lichtkoepel kan de gescande informatie omzetten en reconstrueren naar 3D.  Op deze manier kunnen de teksten nog gelezen worden en is de informatie voor de mensheid gered. Dit is onderdeel van het in 2017 gestarte project ‘scannen voor Syrië’ en op deze wijze hoopt men archeologische voorwerpen terug te halen.

Chris Vastenhoud, conservator e-collections van de Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis in Brussel gaf een mondelinge toelichting bij de mini-dome.  Het voorwerp wordt door wit licht bestreken en kan de oppervlaktestructuren bestuderen en deze vertalen.  Na het seminar kregen wij een demonstratie op zaal en werd een kleitablet “gescand”.

Op dit moment bestaan er andere technologieën die eveneens scannen, waardoor de uitwisseling van gegevens nog belemmerd wordt. De ontwikkeling van nieuwe software zou zorg kunnen dragen voor een voor iedere onderzoeker raadpleegbare database.  Aangezien het aantal kleitabletten wereldwijd tussen de 0,5 miljoen en een miljoen worden geschat, een significante bijdrage leveren aan het lezen van deze oude teksten.

Conclusie

Het toepassen van scantechnieken op aardewerk spreekt mij zeer aan. De archeologen van de UVA betrekken het publiek via het Archeohotspot Amsterdam met hun project potterygoes digital. De toegepaste 3D laserscanning geeft inzicht in de vervaardig-technieken van aardewerk. Bezoekers kregen de mogelijkheid om zelf een miniatuurversie van een aardewerken pot te printen en thuis neer te zetten. Vooral kinderen gingen via de touchscreen-opties snel op onderzoek uit.
De mogelijkheid tot het namaken van een object uit het verleden is magisch en biedt nieuwe kansen voor analyse. De academische wereld toont met deze interdisciplinaire aanpak en samenwerking wel degelijk oog te hebben voor de realiteit van alledag.  Het biedt hoop voor de slachtoffers van conflicten door het redden van een deel van hun culturele erfgoed. Ook verkleint het de kloof tussen wetenschap en de maatschappij.

Auteur: John Fitzgerald Hagen

 

Verder lezen

 Klinkenberg V. (27 oktober 2016), Reading rubbish : using object assemblages to reconstruct activities, modes of deposition and abandonment at the Late Bronze Age Dunnu of Tell Sabi Abyad, Syria (Dissertatie, Archaeology, Leiden). Promotor(en) en Copromotor(en):P.M.M.G. Akkermans, B.S. Düring.

http://www.uva.nl/disciplines/archeologie/onderzoek/tracing-the-potters-wheel/tracing-the-potters-wheel.html

http://www.rmo.nl/tentoonstellingen/scannen-voor-syri%C3%AB

 

[i]

Het grootste probleem dat de onderzoekers hadden was dat de meeste scanmethodes uitgaan van een bol voorwerp, terwijl een mal een negatief is – dus hol. De nieuwe methode is niet alleen geschikt om dit soort voorwerpen te scannen, ze kan ook door kleitabletten heen kijken. Dit is met name belangrijk als het tablet nog is omgeven door een envelop van klei. Zonder deze te beschadigen kan het tablet nu gelezen worden. RMO Leiden

 

 

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *